Lijst gehanteerde definities
Aeroob: een organisme dat groeit
in de aanwezigheid van zuurstof. Er zijn obligaat aerobe (zuurstof
nodig), facultatief aerobe (organisme kan met of zonder zuurstof
leven) en microaerobe organismen (organisme heeft lage zuurstofconcentraties
nodig).
Anaeroob: een organisme dat groeit in de afwezigheid van
zuurstof
Bacteriën: alle prokaryoten die geen deel uitmaken
van de Archeae
Biologisch geteeld product: groenten en fruit geproduceerd
en gecontroleerd zoals bepaald in de EU wetgeving 2092/91 en het
MB 03/10/98.
Coliformen: gram negatieve niet-sporulerende facultatieve
bacterie (rod) die lactose fermenteert met gasvorming tot gevolg.
Contaminanten: een ongewenste stof en/of organisme die aanleiding
geeft tot kwaliteitsvermindering.
Contaminatie: aanwezigheid van ongewenste stoffen en/of
organismen.
Cultuur: kweek van cellen op een voedingsmedium
Eindproduct: product na een laatste bewerking
Fecaal: aanwezig in uitwerpselen
Fecale coliformen: coliformen aanwezig in uitwerpselen
Fecale streptococcen: streptococcen aanwezig in uitwerpselen
Fungi: eukaryote micro-organismen die rigide celwanden bezitten
en niet aan fotosynthese doen
Gewasbeschermingsmiddelen: stoffen met preventieve of curatieve
activiteit ter bescherming van planten tegen aantasting door ongewenste
organismen
Gisten: eencellige fungi die gladde kolonies vormen
Groeimedium: vaste of vloeibare substantie waarop micro-organismen,
cellen of weefsels kunnen groeien.
Groeperingsverpakking: verpakking bestemd voor gezamenlijk
transport of opslag Meermalige verpakking: container bestemd voor
meermalig gebruik
Grondstoffen: onbewerkt materiaal, met betrekking tot hetgene
eruit vervaardigd wordt
HACCP: procedure van beoordeling van mogelijke risico’s
van voedselveiligheid gekoppeld aan maatregelen tot beheersing van
de kritieke punten binnen een bepaald proces
Halffabrikaat: Product dat reeds een of meerdere bewerkingen
heeft ondergaan, veelal tijdelijk wordt opgeslagen, maar nog verdere
processtappen dient te ondergaan vooraleer het voor consumptie in
de voedselketen gebracht wordt.
Halfwaardetijd: Tijd waarin de aanwezige concentratie van
een bepaalde stof door natuurlijke afbraak tot de helft is teruggebracht.
Hydrocultuur: teelt van voor
menselijke consumptie bestemde plantaardige producten waarbij enkel
een voedingsoplossing en geen groeisubstraat wordt toegepast.
Intrinsieke kwaliteit: geheel van producteigen eigenschappen
en kenmerken van een product of dienst die van belang zijn voor
het voldoen aan vastgestelde en vanzelfsprekende behoeften (Bron:
ISO 8402).
Isolaat: een reincultuur van één
micro-organisme
Kiemgetal (kweekbare micro-organismen): alle aerobe bacteriën,
gisten en schimmels die zich vermeerderen tot vorming van kolonies,
i.e. kolonie vormende eenheden (colony count), in of op het geselecteerde
kweekmedium onder de vermelde omstandigheden.
Kwaliteit: geheel van eigenschappen
en kenmerken van een product of dienst die van belang zijn voor
het voldoen aan vastgestelde en vanzelfsprekende behoeften (Bron:
ISO 8402).
Lastenboek: geheel van procedures
en teeltvoorschriften, inclusief controles, waaraan een producent
moet voldoen om te voldoen aan de eisen van de afnemer.
Meldingsplicht: wettelijk vastgelegde procedure volgens
dewelke de voedselauthoriteiten
dienen geïnformeerd te worden over mogelijke gevaren voor de
volksgezondheid
Micro-aërofiel: organisme dat weinig zuurstof nodig
heeft om te groeien
Microbiëel risico: risico op besmetting met een schadelijk
micro-organisme.
Microbiologie: studie van micro-organismen
Micro-organisme: microscopisch kleine cellulaire en acellulaire
organismen zoals bacteriën en virussen.
MRL: maximale residu limiet; zie residutolerantie
Opkweek: organisme in optimale omstandigheden doen vermeerderen
Organoleptisch onderzoek: het beoordelen door middel van
proeven en ruiken
Panklare gerechten: voorgesneden groenten en fruit, al dan
niet in combinatie met andere voedingsproducten, die voor consumptie
nog moeten verhit worden.
Pathogeen: een organisme dat ziekte veroorzaakt bij mens,
dier of plant
PHI: pré harvest interval; zie veiligheidstermijn
Ppm: parts per million
Protozoa: eencellige eukaryote micro-organismen zonder celwand
Residu monitoring: kwaliteitsbewaking door middel van staalname
en analyse op aan/afwezigheid van ongewenste stoffen
Residutolerantie (of MRL): de wettelijk bepaalde hoeveelheid,
uitgedrukt in ppm, van elke ongewenste stof die ondermeer voor een
voedingsmiddel kan gelden.
Salmonella spp.: Bacteriesoort die ziekteverwekkend is voor
mens en/of dier
Schimmels: eukaryoot organisme zonder
bladgroen en met een rigide celwand
Sterilisatie: behandeling van voorwerpen waardoor er na
afloop van de behandeling geen levende micro-organismen meer aanwezig
zijn op het voorwerp.
Substraatcultuur: teelt van voor menselijke consumptie bestemde
plantaardige producten geteeld op substraten (steenwol, kokos, veen,
perliet, …)
Teeltruimte: overdekte locatie waar voor menselijke voeding
bedoelde plantaardige producten worden geteeld.
Thermotolerant: organisme dat
erg hoge temperaturen kan overleven
Traceerbaarheid: de procedure
die het mogelijk maakt om voedingsproducten en ingrediënten
te volgen doorheen alle schakels van productie, verwerking en distributie
Uiterlijke kwaliteit:
visueel en organoleptisch waarneembare eigenschappen volgens dewelke
groenten en fruit kwalitatief kunnen ingedeeld worden 
Veiligheidstermijn (PHI): wettelijk vastgelegde termijn
die moet gerespecteerd worden tussen toepassing van een gewasbeschermingsmiddel
en de oogst.
Vierde gamma: versneden en verpakte
verse groenten en fruit, eventueel vermengd met dressings en maaltijdcomponenten.
Virus: erg klein acellulair micro-organisme dat een gastheer
nodig heeft om te vermenigvuldigen
Voedselbederf: Voedselbederf kan gedefinieerd worden als
elke vorm van verandering in het uitzicht, de geur of de smaak van
een voedselproduct, waardoor het onaanvaardbaar wordt voor de consument.
Bedorven voedsel is niet per definitie onveilig.
Voedselinfectie: Ziekte als gevolg van groei van micro-organismen
in het lichaam na consumptie van besmet voedsel.
Voedselketen: opeenvolgende schakels van operatoren die
producten bestemd voor menselijke voeding volgen van productie tot
consumptie
Voedselvergiftiging: Ziekte
als gevolg van consumptie van voedsel besmet met toxines, geproduceerd
door micro-organismen.
Waterkwaliteit: geheel van
eigenschappen (fysisch, chemisch, microbiologisch) die de geschiktheid
van water bepalen voor gebruik in het proces.
|