Historiek

Het TIS-project ‘Verkennen, verspreiden en ondersteunen van innovatieve concepten met betrekking tot microbiële ketenbeheersing van ultraverse levensmiddelen’ is ontstaan vanuit het spanningsvlak dat de drie onderzoekscentra, die samen het consortium iMIK oprichtten, ervoeren doorheen de productieketen van ultraverse levensmiddelen. De kloof tussen de tuinbouwbedrijven, die aan het begin van de keten staan en de grootwarenhuizen, die het dichtst bij de consument staan, is enorm als het gaat om perceptie rond microbiologische kwaliteit en veiligheid.

Heel de productieketen, met uitzondering van de tuinbouwsector, is onderworpen aan de HACCP-reglementering. Dat wil zeggen dat alle bedrijven in de keten, van veiling tot supermarkt, verplicht zijn om kritieke punten in het productieproces in kaart te brengen en te beheersen, zowel m.b.t. microbiologische als fysische en chemische risico’s. Alleen de tuinbouwbedrijven (primaire productie van groenten en fruit) hebben die verplichting niet. De HACCP-reglementering is immers niet relevant in de tuinbouwsector, om de eenvoudige reden dat implementatie van HACCP op een land- of tuinbouwbedrijf praktisch niet haalbaar is. Dit heeft tot gevolg dat een groenteverwerkend bedrijf, een grootwarenhuis of een catering bedrijf verplicht is om op geregelde basis microbiologische analysen uit te voeren op de producten, terwijl de tuinder weinig kennis heeft over microbiologie en de rol ervan in kwaliteit en veiligheid. Verder in de keten wordt er soms verondersteld dat problemen met te hoge kiemgetallen of met de aanwezigheid van bepaalde ziekteverwekkende bacteriën op verwerkte groente- en fruitproducten te wijten zijn aan de situatie in het tuinbouwbedrijf, hoewel er hiervoor geen enkel bewijs is.

Tuinbouwbedrijven die onder een lastenboek telen volgen hygiënerichtlijnen, waarbij er aandacht besteed wordt aan de belangrijkste kritieke punten m.b.t. microbiologische besmetting. Een van de problemen hierbij is dat die kritieke punten nooit wetenschappelijk werden vastgesteld. Er zijn geen gegevens over het voorkomen van ziekteverwekkers op tuinbouwbedrijven en bijgevolg zijn er evenmin gegevens over de mogelijke insluipwegen van dergelijke ziekteverwekkers. Zolang er bij de tuinbouwbedrijven nooit microbiologische analysen worden uitgevoerd, kan er geen uitspraak gedaan worden over de kans dat een besmetting al dan niet afkomstig is van het tuinbouwbedrijf. Indien met dit onderzoek aangetoond kan worden dat deze kans zeer klein is, zou dat zeer waardevolle informatie zijn voor de tuinbouwsector. Indien echter uit het onderzoek zou blijken dat de kans toch reëel is, kan er gezocht worden naar manieren om het risico tot een minimum te beperken en de kwaliteit te verbeteren.

Mogelijke conflicten tussen begin en einde van de keten worden gevoed door enerzijds het gebrek aan kennis m.b.t. microbiologie in de tuinbouwsector en anderzijds door het gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing van microbiologische risico’s in de volledige keten.