Voedselveiligheid

Voedselveiligheid is een thema dat maatschappelijk zeer hoog op de agenda staat. Zeker in de Europese Unie zijn er als gevolg van verschillende voedselcrisissen overheden steeds meer wetgevende initiatieven genomen die de volksgezondheid moeten ten goede komen. Zowel voedselproducenten als consumenten zijn zich dan ook bewust van het belang van voedselveiligheid.
Onder voedselveiligheid wordt de garantie verstaan dat voedsel geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid van de consument, wanneer het voedsel op een gebruikelijke manier bereid en geconsumeerd wordt.
Binnen de voedselveiligheid zijn er drie duidelijke groepen van risico’s te onderscheiden:

  • microbiologische risico’s
  • chemische risico’s
  • fysische risico’s
  • Microbiële risico’s worden veroorzaakt door micro-organismen zoals bacteriën, virussen, schimmels en parasieten (protozoa). Hoewel de meeste micro-organismen een nuttige functie hebben in de leefomgeving, zijn er toch enkele organismen die ziekteverwekkend zijn.

    Voedselgerelateerde ziekteverwekkers kunnen een voedselvergiftiging of een voedselinfectie veroorzaken.
    Een voedselvergiftiging wordt veroorzaakt door toxines, die geproduceerd worden door het micro-organisme.
    Een voedselinfectie wordt veroorzaakt door een micro-organisme dat de darm koloniseert.

    Chemische risico’s worden veroorzaakt door chemische stoffen die in of op het voedsel opzettelijk of onopzettelijk terecht komen. Hierbij wordt er onderscheid gemaakt tussen additieven, residuen en contaminanten. Gezien hun belang voor volksgezondheid zijn deze stoffen streng gereglementeerd.
    Additieven worden opzettelijk toegevoegd aan het voedsel omwille van hun gunstige effecten op aspecten zoals smaak, voedingswaarde, aanblik en bewaring. Hun aanwezigheid wordt vermeld op de verpakking, gekenmerkt door een E-nummer. Voorbeelden van additieven zijn bewaarmiddelen, kleurstoffen, smaakversterkers en anti-oxydantia.
    Residuen behoren tot de productiehulpmiddelen, met name chemische stoffen die tijdens de productie worden aangewend, maar in het eindproduct niet meer of in beperkte mate aanwezig mogen zijn. Voorbeelden van residuen zijn gewasbeschermingsmiddelen en diergeneesmiddelen.
    Contaminanten zijn chemische stoffen die onopzettelijk in ons voedsel terecht komen. Voorbeelden van contaminanten zijn zware metalen, dioxines en PCB’s.

    Fysische risico’s worden veroorzaakt door vreemde voorwerpen (stukjes glas, metaal of plastic) die in het voedsel terecht kunnen komen en een risico inhouden voor verwonding. Aangezien deze deeltjes goed waar te nemen zijn, worden ze gemakkelijk gedetecteerd en verwijderd.